Waarom heb je gekozen voor een pseudoniem?
Goede vraag. Mijn echte naam is natuurlijk veel mooier. Probleem is dat-ie zo lang is dat-ie op geen enkel omslag past. Michael is mijn doopnaam (katholiek) en Berg is een inkorting van die lange achternaam. Michael Berg klinkt bovendien lekker internationaal. Goed voor de vertalingen dacht ik nog, toen ik voor een pseudoniem koos.
Hoe komt het dat je zo laat hebt gedebuteerd als schrijver?
Ik heb altijd geschreven: liedteksten, theaterteksten, een novelle die nooit is gepubliceerd en twee kinderboeken die evenmin zijn uitgegeven. Het meest heb ik voor de omroep geschreven. Veel kortebaanwerk. Voor een echt boek was geen tijd, of ik gunde me geen tijd. Dat veranderde toen ik stopte met werken. Schrijven was trouwens de belangrijkste reden om te stoppen met mijn baan bij de omroep. In Frankrijk heb ik eerst een jaar vakantie gevierd, pianogespeeld en de schuren verbouwd, maar daarna ben ik begonnen en niet meer opgehouden. Dus een laat debuut, maar beter laat dan nooit.
Waarom heb je voor het genre thriller gekozen?
Thrillers zijn altijd mijn favoriete genre geweest. Ook in de tijd toen ik studeerde en daarop werd neergekeken. Mijn beste vriendin destijds werkte bij een uitgeverij van thrillers waarvan ik toen het hele fonds verslonden heb. Toen ik besloot een boek te gaan schrijven wist ik dat het een thriller moest worden. Niet een waar de lijken uit de kast tuimelen, maar wel een boek met onderhuidse spanning en personages die iets te verbergen hebben, plotdriven, zodat de lezer wil weten hoe het afloopt. Ik vind het gepuzzel leuk, het bedenken van plotwendingen, het verstoppen van hints, zorgen dat het verhaal klopt. Daarnaast is een thriller natuurlijk gewoon een roman waarin je als schrijver over god en de hele wereld kunt schrijven.
Waar haal je je ideeën vandaan?
Veel lezen, televisiekijken en mensen bestuderen. Ik heb vroeger heel veel mensen geïnterviewd en ben in de raarste situaties beland. De onderwerpen liggen op straat. Het werkelijke leven is gruwelijker, spannender en idioter dan een schrijver kan verzinnen. Alle ideeën verdwijnen in een schriftje, maar daar kijk ik eigenlijk zelden in, omdat op het moment dat het nodig is de beste ideeën als vanzelf komen bovendrijven.
Hoe ga je als schrijver te werk?
Het begint meestal met een los idee of een thema. Dan maak ik een opzet van het verhaal en bedenk welke personages er nodig zijn en wat hun rol zal zijn. Dan begint het avontuur: het schrijven. Soms volg ik de lijn, maar veel leuker is het wanneer de personages heel andere dingen gaan doen dan ik ze had opgedragen. Daardoor kan de plot nogal afwijken van wat ik vooraf had bedacht. Dat zijn volgens mij de beste boeken. Als de schrijver verrast wordt, mag je hopen dat dat ook voor de lezer geldt. Maar het gaat helaas niet altijd zo rooskleurig. Ik heb wel eens een paar maanden voor de kat z’n … geschreven om vervolgens 50.000 woorden weg te gooien, een half boek. Dat is flink balen, maar wie weet komen al die pagina’s ooit nog van pas.
Hoe kom je aan de titels voor je boeken?
Die bedenkt mijn vrouw en daar is ze erg goed in. Ze heeft het boek natuurlijk gelezen – sterker nog: ze heeft eerdere versies gelezen en becommentarieerd – en weet heel goed de essentie van het verhaal te combineren met het juiste gevoel van spanning. Hôtel du Lac is de uitzondering, want dat heb ik zelf bedacht. Beter gezegd: moeten bedenken. De uitgever had alle briljante voorstellen van mijn vrouw afgekeurd, de catalogus met de voorjaarsaanbieding moest worden gedrukt, dus… en zo is het Hôtel du Lac geworden, met een dakje op de ‘o’ omdat het een Frans hotel is.
Hoe groot is de invloed van Frankrijk op je boeken?
Groot. Ik woon er en haal een hoop inspiratie uit het gebied waar ik woon. Het is een dunbevolkte streek met bossen, beken en rotsen. In het Franse criminele milieu geldt dit als de beste plek om je te verstoppen. In ons dorp heeft de politie ooit jacht gemaakt op ETA-terroristen. Toeristen denken dat het hier saai is, maar wij weten wel beter. De streek was de basis voor mijn boeken over Chantal Zwart. Journaliste verhuist van Parijs naar het platteland. Het is een beetje mijn eigen verhaal. Maar ook in Hôtel du Lac speelt een deel van de handeling zich weer in Frankrijk af. Ik kan het blijkbaar niet laten.
In Nacht in Parijs woont Chantal weer in Parijs. Waarom?
Omdat ik voor het vierde boek met Chantal een nieuwe start wilde maken. Een andere omgeving, een andere baan. Chantal is nog steeds journaliste, maar ze heeft een erfenis van haar oma gekregen die haar in staat stelt om als freelancer te werken. Daardoor hoeft ze niet elke dag op een kantoor te verschijnen, hetgeen mij veel meer mogelijkheden biedt. Chantal kan zich vrij verplaatsen en als ze wil heeft ze alle tijd om zich in een zaak vast te bijten. Bovendien wilde ik een boek schrijven over een prominente foute politicus en die types vind je eerder in Parijs dan op het platteland.
Bij een prominente foute Franse politicus moeten mensen meteen aan Dominique Strauss Kahn denken. Heeft de affaire met het kamermeisje je nog op ideeën gebracht?
Sterker nog: ik had een DSK-achtig verhaal bedacht tot het in de werkelijkheid echt gebeurde. Zoiets verzin je niet. Om niet het verwijt te krijgen dat ik het verhaal gekopieerd heb, heb ik in Nacht in Parijs een aantal veranderingen doorgevoerd waardoor het toch afwijkt. Maar in principe draait het wel om hetzelfde soort politicus, het soort dat denkt dat het genoeg macht en aanzien heeft om overal mee weg te komen.
De politicus die je beschrijft lijkt ook op Wilders. Of beter gezegd: de politicus vertegenwoordigt eenzelfde soort gedachtegoed.
Klopt. Lavillier (de politicus die in Nacht in Parijs na een fatale onenightstand het loodje legt) is een populist. Daarvan lopen er in Europa meer rond. Het zijn politici die gebruikmaken van onderbuikgevoelens en hun kiezers angst proberen aan te praten. Ik vind populisten gevaarlijk omdat ze ongenuanceerd zijn, kunnen aanzetten tot haat en niet internationaal denken. Ik geloof niet in een toekomst waarin iedereen zich op zijn eigen eilandje terugtrekt. Daarvoor zijn de problemen te groot en te gecompliceerd. We zullen het samen moeten oplossen.
Maar Nacht in Parijs gaat niet alleen over politiek.
Zeker niet. Het is vooral een boek over liefde en hoe ver mensen daarin kunnen gaan. Verder zeg ik er niets over, want anders verraad ik te veel.
Wie zijn je favoriete auteurs?
Voor Crimezone recenseer ik buitenlandse thrillers. Daardoor ligt er altijd wel een boek dat besproken moet worden. De Millennium-trilogie van Stieg Larsson vond ik geweldig. Wat de oude garde betreft ben ik een grote fan van Patricia Highsmith en John le Carré. Naast thrillers probeer ik de literatuur ook nog een beetje te volgen. Joe Speedboot van Tommy Wieringa vond ik een fantastisch boek, evenals Bonita Avenue van Peter Buwalda. Old-time favorites zijn: Marquez, Nabokov, Camus, Voskuil, Elsschot en Nescio. En ik ben een liefhebber van humoristische schrijvers als Annie MG Schmidt, Astrid Harrewijn en Kees van Kooten.
Welk boek van jezelf is je het dierbaarst?
Moeilijk te zeggen. Omdat ik een hoop uit mijn eigen leven in Hôtel du Lac heb gestopt, is het een persoonlijker boek geworden dan de boeken met Chantal Zwart. Of het daardoor beter is, moeten de lezers maar uitmaken.
Heb je een vast schrijfritme?
Ik schrijf iedere dag, zeven dagen per week, van ’s ochtends tot halverwege de middag, onderbroken door veel kopjes koffie, rondjes door de tuin en één langere wandeling met de hond waarbij ik de productie van de ochtend overdenk. Tijdens die wandeling krijg ik meestal de beste ideeën. Ik probeer duizend woorden per dag te schrijven, maar dat lukt niet altijd. De meeste tijd gaat op aan schrappen, schaven en slijpen. Schrijven is vooral herschrijven. Voor mij althans. Ik schrijf zelden iets wat na de eerste versie overeind blijft. Tot het moment van het drukken van het boek heb ik iedere pagina zeker vijftig tot honderd gelezen. Wanneer ik het boek in handen heb, blader ik er één keer doorheen en zet het in de kast om het daarna nooit meer in te kijken.
Lees je alle recensies?
Natuurlijk. Ook die van lezers op internet. Ik hoef het niet altijd met de strekking eens te zijn, maar je steekt er altijd wat van op. Of ik er rekening mee houd is een ander verhaal. Ik heb geleerd dat je dat moet schrijven wat je wilt schrijven en dat het geen enkel nut heeft om het zoveel mogelijk mensen naar de zin te maken. Daar wordt een boek niet beter van.
Ben je al bezig aan een nieuw boek en waar gaat dat over?
Ja, ik werk aan iets nieuws. Maar het is een goede gewoonte om daar niets over te zeggen tot het klaar is.










